Supplementen zijn goed voor sporten

Bij Sportschool New Age 22 willen we je graag verder helpen, daarom verkopen we ook supplementen. We verkopen supplementen van de volgende merken, M Double You en BSN.

Misschien denk je wat zijn supplementen nou eigenlijk en waarom zou ik supplementen gebruiken? Supplementen zijn er in diverse vormen zoals tabletten, poeders, druppels of drankjes met actieve stoffen die ook in voeding voorkomen. Supplementen kunnen diverse stoffen bevatten, zoals vitaminen, mineralen, sporenelementen en allerlei extracten.

Vitaminen

Vitaminen zijn onmisbaar voor het groeien, herstellen en goed functioneren van het lichaam. We kennen 13 verschillende vitaminen zoals vitamine A, de vitamines van het B-complex, en C, D, E en K. Het lichaam maakt zelf geen vitaminen aan, uitzondering daarop zijn de vitaminen D en K. Vitamine D wordt onder invloed van de zon in de huid gemaakt. Vitamine K wordt aangemaakt door bacteriën in de darmen.

Mineralen

De volgende mineralen zijn het meest bekend, calcium, natrium, kalium en magnesium. Ook mineralen zijn essentieel voor een goede gezondheid. Mineralen zorgen voor het reguleren van enzymen en hormonen en worden niet door het lichaam aangemaakt.

Sporenelementen

Enkele mineralen heeft het lichaam slechts in heel kleine hoeveelheden nodig (microgrammen). Deze worden sporenelementen genoemd. De bekendste zijn: ijzer, jodium, fluoride, zink, koper, mangaan en chroom.

Bij Sportschool New Age 22 adviseren wij u graag over het gebruik van supplementen.

Eiwitten

Eiwitten mogen niet ontbreken in onze dagelijkse voeding. Eiwitten worden ook wel proteïnen genoemd, de Engelse benaming voor eiwitten. Eiwitten zijn nodig voor de opbouw van het lichaam: denk hierbij bijvoorbeeld aan de groei, het zuurstoftransport naar de spiercellen, het herstel en de opbouw van spierweefsel. Er wordt vaak gezegd dat wij eiwitten gebruiken als energiebron maar eigenlijk gaat het daarbij om de rol in de aanvoer van aminozuren. Eiwitten bestaan uit aminozuren. De spijsvertering breekt het eiwit af tot de individuele aminozuren en hiervan zijn er op dit moment circa 25 verschillende bekend.

Uit welke voedingsproducten kunnen we eiwit opnemen?

De mens maakt sommige eiwitten zelf, maar het lichaam kan niet alle eiwitten zelf maken. Acht zogenaamde essentiële eiwitten moeten uit voeding gehaald worden. Dit zijn: leucine, isoleucine, valine, teonine, methionine, fenylalanine, tryptofaan en lysine. Er zijn diverse voedingsmiddelen die eiwitten bevatten zoals, vlees, vis, melkproducten en eieren, graanproducten, bonen en peulvruchten.

Eiwitten en hun aminozuren zijn nodig om spiermassa op te bouwen. Een krachtsporter heeft per kilogram lichaamsgewicht minimaal 1,5 gram eiwit per dag nodig. Dus bij een lichaamsgewicht van 80 kilo is de aanbevolen hoeveelheid eiwit 120 gram. Wil je je spiermassa verder ontwikkelen dan heb je per kilogram lichaamsgewicht zelfs 2 gram eiwit nodig. Ben je tevreden met je spiermassa en wil je deze alleen behouden, dan kun je volstaan met 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht.

Bepaal dus eerst of je je spiermassa wil doen toenemen of dat je de spiermassa die je nu hebt wilt onderhouden. Dan kun je precies uitrekenen hoeveel eiwit je per dag nodig hebt. Veel krachtsporters komen daar met gewone voedingsmiddelen niet aan. Je kunt dan kiezen ze voor een eiwit in poedervorm waar je een shake van kunt maken, of je kiest voor voor aminozuren in tablet- of capsulevorm. Wanneer je via je voeding eiwit wil binnen krijgen kun je het beste ontvelde kip, kalkoen en vis eten.

Koolhydraten

Om elke dag weer veel energie te kunnen leveren heeft ons lichaam brandstof nodig. We kunnen deze brandstof op verschillende manieren tot ons nemen. Een belangrijke brandstofleverancier zijn koolhydraten. Koolhydraten is een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Suikers zijn onder te verdelen in natuurlijke suikers zoals lactose (melksuiker), fructose (vruchtensuiker) en sacharose (pure suiker). Uit deze koolhydraten wordt in ons lichaam glucose gevormd. Glucose dient als brandstof om bijvoorbeeld te kunnen lopen, praten en denken. Ieder mens heeft glucose in het bloed. Men noemt dit ook wel bloedsuiker. Aanbevolen wordt ongeveer de helft van uw voeding te laten bestaan uit koolhydraten. Het beste zou het zijn niet met overmaat gebruik te maken van producten die rijk zijn aan sacharose, omdat deze vaak veel vetten bevatten. Simpel gesteld mag je dagelijks 5 tot 7 gram koolhydraten per kilo lichaamsgewicht. Stel, je weegt 70 kilo… Dit betekent dat je tussen de 350 gram en 490 gram koolhydraten per dag nodig hebt. Kies in plaats van de groep van de suikers liever producten die zetmeel bevatten. Zetmeel zit bijvoorbeeld in brood, aardappelen, peulvruchten, volkerenproducten, pasta en rijst.

Energie

Het lichaam gebruikt koolhydraten in de eerste plaats als energiebron. Koolhydraten kunnen in beperkte mate worden opgeslagen in de vorm van glycogeen, hiervoor is extra energie nodig, je basaal stofwisseling wordt erdoor verhoogd met vijf tot tien procent. Overtollige koolhydraten kunnen worden opgeslagen als vet, dit mechanisme is bij de mens beperkt. Toch wil dit niet zeggen dat het niet mogelijk is dik te worden van het eten van veel koolhydraten. In onze voeding zit doorgaans ook vet, bij een overmaat aan calorieën door het eten van veel koolhydraten, zal het lichaam het vet opslaan in de vorm van vetweefsel. Krijg je in één keer te veel calorieën uit koolhydraten binnen dan zal het overschot opgeslagen worden als vet. Koolhydraten die snel worden verteerd (enkelvoudige suikers of enkelvoudige koolhydraten genaamd) zullen eerder als vet worden opgeslagen omdat het lichaam onvoldoende tijd heeft om deze calorieën te verbranden. Voedingswaren die enkelvoudige suikers bevatten zijn o.a. fruit, vruchtensappen, snoep, koekjes, cake en frisdranken. Probeer deze enkelvoudige suikers zoveel mogelijk te vermijden.

Complexe koolhydraten

Koolhydraten die langzamer door het lichaam worden verteerd (complexe koolhydraten genaamd) worden minder snel als vet opgeslagen en bevatten vaak veel voedingsvezels. Sporters zoals bijvoorbeeld bodybuilders geven de voorkeur aan deze bron van koolhydraten. Voedingswaren die complexe koolhydraten bevatten zijn o.a. havermout, rijst, pasta, granen, volkorenbrood en aardappels.

Enkelvoudige koolhydraten

Wanneer je voor enkelvoudige koolhydraten kiest neem dan de natuurlijke suikers die in fruit voorkomen. Eet fruit bij voorkeur bij je ontbijt en direct na je training voor een snelle aanvulling van je glycogeenreserves. Probeer toegevoegde suikers (in gebak, chocolade, snoep, ijs etc.) zo veel mogelijk proberen te beperken. Deze laten je bloedsuikerspiegel snel stijgen en daarna snel weer dalen, zodat je snel weer trek krijgt.

Bloedsuiker

Koolhydraten hebben ook invloed op je bloedsuiker, het peil van de glycogeenvoorraden en de productie van insuline. Als je enkelvoudige koolhydraten (zoetwaren, suikers) neemt zal je bloedsuiker relatief snel stijgen om vervolgens nog sneller te dalen. Hierdoor ga je je moe en slaperig voelen en naar nog meer suikers en koolhydraten verlangen. Bij mensen met diabetes is het bloedglucose gehalte meestal te hoog, dit betekent niet dat iemand met diabetes mellitus geen koolhydraten mag eten. In een evenwichtig samengestelde voeding nemen koolhydraten een belangrijke plaats in(niet alleen voor mensen met diabetes mellitus).

Nog enkele punten op een rijtje:

Een gram koolhydraten levert 4 kilocalorieën.

Vermijd enkelvoudige koolhydraten. Anders gezegd: vermijd producten die bol staan van de geraffineerde suikers, zoals bijvoorbeeld: frisdrank, drop en winegums. Ze bevatten loze calorieën en geen andere belangrijke voedingsstoffen.

Zorg dat je koolhydraten haalt uit natuurlijke, ‘schone’ voedingsmiddelen zoals bijvoorbeeld: bruin brood, aardappelen, rijst en fruit.

Zorg dat je zowel complexe koolhydraten (brood en aardappelen) binnenkrijgt, als de simpele koolhydraten (fruit).

Voorbeelden van complexe koolhydraten:

Volkorenbrood, bruinbrood, roggebrood, krentenbollen, mueslibollen, knäckebröd, havermout, muesli, pasta, rijst, peulvruchten

Het voordeel van complexe koolhydraten is dat ze ook vezelrijk zijn.

Vetten

Je moet als krachtsporter ook vet binnenkrijgen. Anders raakt je hormoonhuishouding in de war. Mannen die te weinig vet eten produceren minder van het voor de spieropbouw belangrijke geslachtshormoon testosteron. Bij vrouwen wordt bij te een lage vetconsumptie op de langere termijn de menstruatiecyclus verstoord. Omdat we adviseren niet teveel vet in te nemen, is het extra belangrijk welke soort vetten je eet. Meervoudig onverzadigde vetzuren uit plantaardige oliën, avocado’s, noten en vis zijn het beste voor je. Het aantal gram vet dat je per dag nodig hebt, moet ongeveer 15% van je totale energie inname bedragen.

Als krachtsporter verbruik je veel energie. Natuurlijk worden er veel calorieën tijdens je training verbrand, maar ook in rust is je verbranding hoog. Spiermassa verbruikt namelijk calorieën, vet massa niet. Daarom heb je als krachtsporter veel koolhydraten nodig, namelijk 55 % van je totale energie inname. Want wanneer er een tekort aan koolhydraten is, zal je lichaam eiwitten uit je spieren afbreken om aan energie te komen. Kies met name complexe koolhydraten, deze noemt men ook wel goede koolhydraten omdat deze je bloedsuikerspiegel niet te snel laten stijgen.

Vetzuren vetten

Vetten zijn onmisbaar in een gezond voedingspatroon. Vetten zijn nodig als geconcentreerde energiebron. Vitamines A, D, E en K (ook wel in vet oplosbare vitamines genoemd), krijgen je namelijk alleen maar binnen door het eten van vet. Vet bevat niet alleen essentiële vetzuren als linolzuur en alfa linoleenzuur, het zorgt tevens voor een betere stoelgang en is een smaakmaker die een verzadigingsgevoel geeft. Uit onderzoek blijkt echter dat we gemiddeld te vaak en te veel vet eten. Maar vooral kiezen we voor voeding met een verkeerde vetsamenstelling: de verzadigde vetzuren.

Voeding en vetzuren

Onze voeding kent drie soorten vetzuren:

Verzadigde vetzuren: deze komen voor in vlees, melk en melkproducten, kokos, cacao, koek, sauzen en snacks.

Enkelvoudig onverzadigde vetzuren: komen voor in olijven, olijfolie, pinda’s en de meeste noten.

Meervoudig onverzadigde vetzuren: komen voor in zaden, zonnebloemolie, lijnzaadolie, sesamolie, saffloerolie, tarwekiemolie, walnoten en vette vis (o.a. sardines, tonijn, haring, ansjovis, makreel, zalm).

 

Verzadigde vetzuren

Verzadigde vetzuren zijn ongezonde vetten, deze zijn weinig functioneel voor het lichaam. Het lichaam breekt deze vetten niet of slecht af. Dit kan cholesterol verhogend werken. Op de lange duur kan dit zelfs leiden tot aderverkalking of hartproblemen.

Enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren

Onverzadigde vetzuren zijn functionele vetten. Ze worden onderverdeeld in Omega 3, Omega 6 en Omega 9 Vetzuren. Ze worden Essentiële Vetzuren genoemd, omdat het lichaam ze niet zelf kan aanmaken en het dus nodig is om ze via de voeding binnen te krijgen. Ook worden Omega 3 en 6 samen wel eens als Vitamine F Complex aangeduid.

Omega Vetzuren

Doordat onze leefstijl en voedingsgewoonten de laatste jaren sterk veranderd zijn, is de balans van vetzuren verstoord geraakt. De inname van Omega 6 vetzuren is toegenomen ten koste van de Omega 3 vetzuren terwijl het belangrijk is dat deze twee met elkaar in balans zijn. Omdat deze vetzuren voor hun omzetting dezelfde enzymen gebruiken, remt een overmaat aan Omega 6 vetzuren de omzetting van Omega 3 vetzuren.

Essentiële vetzuren (zoals linolzuur in zonnebloemolie) zijn zeer gevoelig voor oxidatie, en worden tijdens bakken en braden meestal omgezet in toxische verbindingen. Hoewel mensen misschien dus wel bakken in goede vetten, raakt de werking verloren. Veel mensen blijken een tekort aan essentiële vetzuren te vertonen. Door de (relatieve) overmaat aan linolzuur (Omega 6) en de teruggang in de (vette) visconsumptie is de verhouding tussen Omega 3 en Omega 6 vetzuren in de voeding uit balans geraakt. De optimale verhouding omega 6 : omega 3 is 4:1. In het Westerse voedingspatroon is deze verhouding vaak tussen 10:1 – 20:1.

Functies van Omega Vetzuren

‘Omega’ is de laatste letter van het Griekse alfabet. Bij deze vetzuren duidt het op de laatste/het einde van een keten daar waar ze gesitueerd zijn. Uit onderzoek komt naar voren dat deze essentiële vetzuren een positieve invloed op de gezondheid lijken te hebben: een goede werking op aspecten van zowel de lichamelijke als de geestelijke conditie. Ze lijken onontbeerlijk te zijn voor een normale structuur en functie van de celmembranen. Ook blijken ze een belangrijke rol te spelen bij zuurstof transport en energie overdracht aan de cellen. Daarnaast zijn ze betrokken bij de vorming van hormoonachtige stoffen die een groot aantal stofwisselingsprocessen aansturen en een belangrijke rol spelen bij onder andere allergische reacties en ontstekingen.

Omega 3 Vetzuren

Omega 3 vetzuren zijn meervoudig (sterk) onverzadigde vetzuren. Tot deze groep behoren:

Plantaardige oliën (zoals bv. Lijnzaadolie): alfa Linoleenzuur

Visoliën: EPA (EisosaPentanoïc Acid) en DHA (DocosaHexaeen Acid)

EPA/DHA zijn essentiële, zogenaamde ‘ lange keten vetzuren’ die in vette vis voorkomen.

Uit onderzoek komen de volgende punten naar voren over de werking van Omega 3 vetzuren:

Optimaliseren de balans van vetzuren in het lichaam

Cholesterolverlagend, bloeddrukverlagend, houden het bloed dun

Bevorderen het natuurlijke afweersysteem, ontsteking werend, anti -allergische werking

Reguleren de hormoonhuishouding

Bevorderen de glucose- en vetstofwisseling

Bevorderen sterke botten en soepele gewrichten

Stimuleren de hersenfuncties (neurologisch)

Stimuleren het gezichtsvermogen

Bevorderen de geestelijke balans.

Omega 6 Vetzuren

Omega 6 vetzuren zijn ook meervoudig onverzadigde vetzuren. Ze zijn minder sterk onverzadigd dan de Omega 3 vetzuren. De bekendste Omega 6 vetzuren zijn:

Linolzuur

Linolzuur zit in plantaardige olie, margarine, zaden en noten. Linolzuur is vanwege de cholesterol verlagende eigenschappen een zeer commercieel product geworden. Inmiddels is bekend dat ook andere vetzuren deze eigenschap hebben en dat het lichaam behoefte heeft aan meerdere vetzuren.

GLA (Gamma Linoleenzuur)

GLA komt in de natuur voor in Teunisbloemolie, zwarte bessenzaadolie en heeft de volgende eigenschappen:

Remt ontstekingsreacties

Remt trombosevorming

Werkt bloeddrukverlagend

Remt de aanmaak van cholesterol

Stimuleert afweercellen en dus het immuunsysteem

Vermindert premenstruele klachten

Vermindert huidaandoeningen

(Ook lijkt het bij MS een gunstige werking te kunnen hebben).

Arachidonzuur

Arachidonzuur zit voornamelijk in vlees. Het is een minder gunstig vetzuur, daar het ontstekingsbevorderend kan werken en het schade toe lijkt te kunnen brengen aan b.v. hersencellen.

Omega 9 vetzuren

Omega 9 vetzuren zijn enkelvoudig onverzadigd. Het meest bekend is oliezuur in olijfolie dit heeft een cholesterolverlagend effect en stimuleert een elastische celwand

Omega Vetzuren Supplementen

In principe zou een goed en uitgebalanceerd voedingspatroon een goede leverancier voor Omega vetzuren zijn. Toch kan het raadzaam zijn om supplementen te nemen omdat:

Linoleenzuur in het menselijke lichaam omgezet kan worden tot respectievelijk EPA en DHA vetzuren. Deze reacties verlopen echter zeer langzaam en kunnen onder bepaalde omstandigheden (verkeerde voedingsgewoonten, ouderdomsverschijnselen etc.) onvoldoende zijn. Het is niet mogelijk om Omega 3 vetzuren en Omega 6 vetzuren in elkaar om te zetten, voldoende inname van elke soort is noodzakelijk. Ook als men veel en vaak of iedere dag vette vis eet (100 – 200 gram vis per persoon per dag) blijkt het moeilijk, zo niet onmogelijk om de gewenste c.q. nodige hoeveelheid EPA en DHA op te nemen. De door de Nederlandse Gezondheidsraad aanbevolen hoeveelheid EPA/DHA is 200 mg per dag.

Omega Vetzuren Specifiek

Ook voor vrouwen die zwanger zijn, voor de gezondheid van de ongeboren vrucht en later de zuigeling is een goede vetzuurbalans (genuttigd door de moeder) heel belangrijk, met name voor de ontwikkeling van de hersenen en de ogen.

Supplementen met Omega vetzuren met de juiste EPA/DHA verhouding blijken een goede werking te hebben bij kinderen/mensen met leerproblemen zoals dyslexie en bij kinderen met stoornissen uit het autistisch spectrum.

Risicogroepen voor tekorten van EPA en DHA (lange keten Omega vetzuren) zijn vooral:

Vrouwen die zwanger zijn

Vrouwen die borstvoeding geven

Kinderen tot 2 jaar

Oudere mensen

Mensen die nooit, weinig of bijna nooit vis eten.

Vitamines

Vitamines zijn chemische verbindingen die onmisbaar zijn voor het lichaam. Ze spelen een rol bij de groei, het herstel en het goed functioneren van het lichaam. Daarnaast zijn ze belangrijk voor het in stand houden van een goede gezondheid. Vitamines komen in de natuur voor in onze voeding. Het lichaam kan ze niet of niet voldoende zelf maken.

Indien uw voeding niet in voldoende mate alle benodigde vitamines en mineralen bevat kan aanvulling ofwel suppletie noodzakelijk zijn. Hier volgen enkele richtlijnen:

Lees de etiketten. Kijk naar de ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) van ieder supplement. Vermijd in het algemeen grote hoeveelheden.

Natuurlijk of synthetisch. Voor uw lichaam maakt het niet uit.

Controleer de uiterste verkoopdatum. Koop het product niet als deze niet is vermeld.

Bewaar supplementen op een koele en droge plaats, buiten het bereik van kinderen.

Vertel uw dokter altijd welke voedingssupplementen u gebruikt. Sommige supplementen gaan niet goed samen met uw medicatie.

Wanneer u meerdere supplementen gebruikt, tel de vitamines en mineralen dan bij elkaar op om te voorkomen dat u de ADH overschrijdt.

Wie zouden extra vitamines en mineralen moeten nemen?

Mensen boven de 65

Zwangere vrouwen

Postmenopauzale vrouwen

Mensen die roken en alcohol gebruiken

Mensen die proberen af te vallen door minder te eten

Slechte eters

Mensen die een speciaal dieet volgen

Mensen die sporten

Antioxidanten

Drie vitamines, A, C en E hebben anti oxidatieve eigenschappen. Antioxidanten vangen in uw lichaam de vrije radicalen die schade aan hersencellen en andere organen kunnen berokkenen. Antioxidanten worden al langere tijd gebruikt om veroudering en verouderingsverschijnselen tegen te gaan evenals vele ziekten. Bij MS zouden ze een zeker gunstig effect kunnen hebben maar ze worden ook verondersteld het immuunsysteem te stimuleren. In theorie zou dat tot ongewenste activiteit van het al overprikkelde immuunsysteem kunnen leiden.

Fytochemicaliën

Dit zijn verbindingen of stoffen die worden aangetroffen in plantaardige producten en mogelijk krachtige bescherming bieden tegen een veelheid van ziektes en aandoeningen, zoals kanker en hart- en vaatziekten. Kruisbloemige groentes, zoals broccoli en bloemkool, zouden bescherming bieden tegen maag- en dikke darmkanker. Knoflook wordt verondersteld enige bescherming te bieden tegen kanker en de kans op problemen door een hoog cholesterol te verminderen. Vele andere fytochemicaliën worden momenteel onderzocht op hun gunstige effecten voor de gezondheid.

Nutraceuticals

Dit zijn stoffen in het voedsel waarvan wordt aangenomen dat ze bepaalde gewenste fysiologische effecten hebben. Sommige nutraceuticals worden gewonnen uit voedingsmiddelen en verwerkt in supplementen. Wanneer u zich gaat verdiepen in wat u moet eten en welke supplementen u zou moeten nemen, dient u zich te realiseren dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat bepaalde voeding of suppletie van vitamines of mineralen de voortgang van MS vertraagt of de symptomen vermindert. In het algemeen staat vast dat gezonde eetgewoonten ziekten kunnen voorkomen die samenhangen met voeding, zoals hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, hoge bloeddruk en overgewicht. De informatie op deze website over vitamines en kruiden is bedoeld om u te helpen een verstandige keuze te maken ten aanzien van zowel uw voeding als eventuele suppletie van bepaalde stoffen. Omdat er geen overtuigende onderzoeken zijn die gunstige effecten van supplementen aantonen, dient u met uw dokter te bespreken of het voor u zinvol is deze te gebruiken.

Mineralen en spoorelementen

Mineralen en spoorelementen zijn net als vitamines, stoffen die het lichaam niet zelf aan kan maken. Ze zijn onder andere nodig bij de regulatie van enzymen en hormonen. Het verschil tussen mineralen en spoorelementen is de hoeveelheid waarin het lichaam ze nodig heeft. Van mineralen heeft men meer nodig dan van spoorelementen. Nog niet van alle mineralen en spoorelementen is aangetoond dat ze essentieel zijn, d.w.z. absoluut noodzakelijk voor het functioneren van het lichaam. Bekend is dat de mineralen calcium, magnesium, kalium, natrium, chloride en fosfor essentieel zijn. Essentiële spoorelementen zijn jodium, ijzer, chroom, koper, zink, mangaan, seleen en molybdeen.

Voor het gemak zullen alle mineralen en spoorelementen te vinden zijn onder ‘mineralen’.

Wat is het verschil tussen vitamines, mineralen en spoorelementen?

Vitamines en mineralen hebben meer overeenkomsten dan verschillen. In het lichaam zijn beiden onmisbaar bij veel processen. Het belangrijkste verschil tussen vitamines en mineralen is een scheikundig verschil. Vitamines komen uit de levende natuur en kunnen door sommige planten of dieren zelf gemaakt worden, terwijl mineralen uit de dode natuur komen en door planten moeten worden opgenomen uit de aarde en door dieren uit voeding of water.

Waarom heb je ze nodig?

Vitamines en mineralen zijn voedingsstoffen die nodig zijn om het menselijk lichaam goed te laten functioneren. Ze zijn onmisbaar voor de groei, het onderhoud en het functioneren van het lichaam. Je hebt ze dus nodig voor een goede gezondheid. Daarnaast spelen vitamines en mineralen, een rol bij het voorkomen van chronische ziekten, zoals hart- en vaatziekten, osteoporose en een aantal vormen van kanker. Voor een aantal vitamines zijn er aanwijzingen voor een beschermend of therapeutisch effect.

Hieronder staat de functie van elke vitamine en elk mineraal en spoorelement beschreven.

Vitamines

Vitamine A

Vitamine A of retinol is onder andere nodig voor de opbouw van de huid. Het is nodig voor de vorming van zogeheten epitheelcellen, die behalve in de huid ook voorkomen in de luchtpijp, het haar, het tandvlees en het longweefsel. Vitamine A is ook nodig voor de goede werking van de ogen, met name voor het aanpassen aan de schemer. Ook speelt deze vitamine een belangrijke rol bij de groei en weerstand tegen ziekten. Mogelijk verbetert vitamine A bij ouderen de weerstand. Een langdurig tekort aan vitamine A kan nachtblindheid, een droge en schilferige huid, dof haar en zelfs blindheid veroorzaken.

Vitamine B1

Vitamine B1 (thiamine, aneurine of antiberiberi-vitamine) is onmisbaar voor de energievoorziening van het lichaam, zoals bij het vrijmaken van energie uit koolhydraten (suikers).Daarnaast zorgt het voor een goede werking van het zenuwstelsel. Vitamine B1 is oplosbaar in water en gevoelig voor verhitting en zonlicht. Bij verhitten boven de 100 graden (bakken, frituren) gaat vitamine B1 gedeeltelijk verloren. Bij een tekort aan vitamine B1 kunnen psychische afwijkingen ontstaan, zoals depressie, concentratieproblemen en geheugenverlies, gevoelloosheid in de benen, hartklachten en spierverlamming (beriberi). Deze zenuwaandoening als gevolg van een vitamine B1-tekort komt in de westerse wereld niet meer voor.

Vitamine B2

Vitamine B2 of riboflavine is onmisbaar voor de energievoorziening van het lichaam, met name voor het vrijmaken van energie uit de koolhydraten, eiwitten en vetten die het lichaam via de voeding binnenkrijgt. Het is dus een belangrijke vitamine voor de stofwisseling en van belang voor een goede gezondheid. Een tekort aan vitamine B2 kan huidafwijkingen bij de mond, tong en de neus (ontstekingen) veroorzaken.

Vitamine B3

Vitamine B3, dat ook wel niacine, nicotinezuur, nicotinamide of vitamine PP (Pellagra Preventing factor) wordt genoemd, werkt mee in de energievoorziening voor het lichaam. Het speelt een rol bij de aanmaak van vetzuren in het lichaam. Niacine is in water oplosbaar en vrij goed bestand tegen verhitting. Omdat het lichaam deze vitamine zelf uit tryptofaan maakt, is de kans op tekorten niet zo groot. In bepaalde delen van de wereld waar maïs het hoofdvoedsel is, kan gemakkelijker een tekort ontstaan. Dit omdat in maïs nauwelijks tryptofaan zit. Dit tekort aan vitamine B3 kan leiden tot pellagra, een ziekte die gepaard gaat met huidaandoeningen, ‘scheurbuik’, diarree en dementie.

Vitamine B5

Vitamine B5 of pantotheenzuur is onmisbaar voor de energievoorziening van het lichaam, vooral door het vrijmaken van energie uit vetzuren. Ook beïnvloedt deze vitamine de opbouw en afbraak van eiwitten en (andere) vetten uit de voeding. Vitamine B5 is oplosbaar in water en is gevoelig voor verhitting. Panthenol, een vorm van vitamine B5, wordt wel aan shampoo toegevoegd om uitdroging van het haar te voorkomen en het meer volume te geven. Dit laatste effect heeft niets met voeding te maken, maar met het waterbindende gedrag van deze stof. Bij een langdurig en ernstig tekort kan een branderig of pijnlijk gevoel in de voeten ontstaan.

Vitamine B6

Vitamine B6 speelt een belangrijke rol in de stofwisseling. Het is vooral nodig bij de afbraak en opbouw van aminozuren, de bouwstenen waaruit eiwitten zijn opgebouwd. Verder reguleert het de werking van bepaalde hormonen in het lichaam en is het een onmisbare stof bij de afweer, de groei, de bloedaanmaak en het zenuwstelsel. Vitamine B6 of pyridoxine is een in water oplosbare vitamine. Mogelijk verbetert vitamine B6 bij ouderen de weerstand. Langdurig ernstige tekorten kunnen leiden tot bloedarmoede, zenuwaandoeningen en een verminderde weerstand. Bij pasgeboren baby’s kan een tekort leiden tot stuipen.

Vitamine B8

Biotine (vitamine B8) is in water oplosbaar en heeft een functie bij het vrijmaken van energie uit eten. Ook speelt vitamine B8 een rol bij de vorming van vetzuren in het lichaam en zorgt het voor het gezond houden van huid en haar. Te weinig vitamine B8 kan huidafwijkingen, bloedarmoede en depressie veroorzaken.

Vitamine B11

Het lichaam heeft foliumzuur (vitamine B11) nodig voor de groei en het in standhouden van het lichaam en de aanmaak van witte en rode bloedcellen. Foliumzuur is nodig voor een goede werking van een groot aantal enzymen bij de stofwisseling ,DNA-vorming en de verwerking van aminozuren. Voldoende foliumzuur is essentieel bij situaties van groei waarbij een snelle celdeling en celgroei optreden, bij de vorming van bloedcellen en in de zwangerschap. Het slikken van extra foliumzuur in de eerste weken van de zwangerschap verkleint het risico op een ‘neurale-buisdefect’. Bij een neuraal-buisdefect is het centrale zenuwstelsel ernstig beschadigd door een onvolledige sluiting van de neurale buis, zoals een open ruggetje. Verder voorkomt voldoende foliumzuur een te hoog homocysteïnegehalte van het bloed. Dit wordt in verband gebracht met een lager risico op hart- en vaatziekten. Dit is nog niet bevestigd in interventieonderzoek bij personen met een verhoogd risico. In sommige gevallen schrijven artsen als wel uit voorzorg extra foliumzuur voor. Er zijn ook aanwijzingen dat foliumzuur beschermt tegen dikke darmkanker. Foliumzuur beschermt mogelijk ook tegen bepaalde vormen van kanker bij kinderen, zoals kwaadaardige tumoren in lichaam en hersenen, en leukemie. In wetenschappelijk onderzoek is daarnaast een relatie gevonden tussen een laag foliumzuurgehalte en een hoog homocysteïnegehalte in het bloed en dementie (Alzheimer en non-Alzheimer). Er is echter nog niet voldoende bewijs om hier conclusies aan te verbinden. Dit geldt ook voor het mogelijk gunstige effect van het gebruik van een foliumzuursupplement op depressiviteit. Bloedarmoede is het meest bekende gevolg van een (langdurig) foliumzuurtekort. Een ernstig tekort aan foliumzuur kan ook darmstoornissen, vermoeidheid en geboorteafwijkingen veroorzaken. Te weinig foliumzuur kan ook leiden tot een te hoog homocysteïnegehalte in het bloed en zo mogelijk het risico op hart- en vaatziekten vergroten.

Vitamine B12

Vitamine B12 of cobalamine is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen en voor een goede werking van het zenuwstelsel. Vitamine B12 is voor zijn opname in het lichaam afhankelijk van een stof (Intrinsic Factor, IF) die in de maag wordt gemaakt. Vitamine B12 is de enige in water oplosbare vitamine die in het lichaam wordt opgeslagen. Bij mensen die helemaal geen dierlijke producten gebruiken, zoals veganisten, is er een grote kans op een tekort aan vitamine B12. Een tekort aan vitamine B12 ontstaat ook als iemand geen Intrinsic Factor maakt, de stof uit de maag die voor de opname van deze vitamine zorgt. Dit is bijvoorbeeld het geval na een operatieve verwijdering van een deel van de maag. In zo’n geval kunnen alleen vitamine B12-injecties het tekort opheffen. Ook kan het voorkomen dat het lichaam antistoffen tegen deze vitamine aanmaakt waardoor de opname door het lichaam wordt geremd. Een tekort aan deze vitamine in de voeding wordt pas na verloop van lange tijd duidelijk omdat het lichaam eerst de aangelegde voorraad opgebruikt. Een tekort leidt uiteindelijk tot een vorm van bloedarmoede (pernicieuze anemie) en neurologische gevolgen zoals tintelingen in de vingers (paresthesie), geheugenverlies, coördinatiestoornissen (ataxie) en spierzwakte in de benen. Deze klachten kunnen in bepaalde gevallen ook voorkomen zonder afwijkingen in het bloedbeeld. Bij ouderen komt nog wel eens een tekort aan vitamine B12 voor. De oorzaak hiervan is een gebrek aan Intrinsic Factor of een maagaandoening: atrofische gastritis. Atrofische gastritis begint meestal met een verminderde maagzuurproductie waardoor bacteriën in de maag terechtkomen en spijsverteringsproblemen veroorzaken. Hierdoor worden de B-vitamines onvoldoende in het lichaam opgenomen. Vitamine B12 uit supplementen wordt in die gevallen wel goed opgenomen.

Vitamine C

Vitamine C is onder meer nodig voor de vorming van bindweefsel. Dit zorgt voor een goede wondgenezing. Verder zorgt vitamine C ervoor dat ijzer uit de voeding beter wordt opgenomen. Ook speelt het een belangrijke rol bij het in standhouden van de weerstand. Vitamine C staat sterk in de belangstelling vanwege zijn rol als antioxidant. Antioxidanten zijn stoffen waarvan men vermoedt dat zij het lichaam kunnen beschermen tegen het ontstaan van kanker en hart- en vaatziekten. Al in de zestiende eeuw wisten zeelieden dat citrusvruchten en verse groente scheurbuik konden voorkomen. Pas veel later werd bekend dat deze ziekte verband hield met een ernstig tekort aan vitamine C, met tandvleesbloedingen en onderhuidse en inwendige bloedingen als gevolg. Andere verschijnselen van een tekort zijn verminderde weerstand en vertraagde wondgenezing.

Vitamine D

Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten en tanden. Het zorgt ervoor dat calcium en fosfor goed uit de voeding worden opgenomen en in de botten en tanden worden vastgelegd tijdens de groei. Daarna is vitamine D nodig om botontkalking (osteoporose) en de gevolgen daarvan (bijvoorbeeld heupfracturen) zoveel mogelijk te beperken. Bij kinderen kan een tekort aan vitamine D rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken. Bij volwassenen en ouderen kan op den duur botontkalking (osteoporose) optreden. Ook wordt spierzwakte verband gebracht met een vitamine D-tekort bij ouderen. Mogelijk draagt vitamine D bij ouderen bij aan de weerstand.

Vitamine E

Vitamine E speelt een belangrijke rol als antioxidant, met name van onverzadigde vetzuren in de (bloed)cellen en in de celwand, de bloedbaan en de weefsels. Alfa-tocoferol uit vitamine E speelt ook een rol bij de regulatie van de stofwisseling in de cel. Mogelijk draagt vitamine E bij ouderen bij aan een betere weerstand. Bij zeer ernstige stoornissen in de opname van voedingsstoffen kan een vitamine E-tekort optreden.

Vitamine K

Het lichaam heeft vitamine K nodig voor een goede bloedstolling. Ook zijn er steeds meer aanwijzingen dat deze vitamine een rol speelt bij de aanmaak van botten. Of het zinvol is om extra vitamine K te gebruiken om het risico van osteoporose te verminderen, is nog niet met zekerheid te zeggen. Pasgeboren baby’s kunnen een tekort hebben aan vitamine K. Deze vitamine kan het ongeboren kind tijdens de zwangerschap namelijk niet via de placenta (moederkoek) bereiken waardoor het kind geen voorraad kan opslaan. De baby zelf heeft nog onvoldoende darmbacteriën om voldoende vitamine K aan te maken. Hierdoor hebben pasgeboren kinderen kans op ernstige bloedingen. Om bloedingen te voorkomen, krijgen alle kinderen vlak na de geboorte extra vitamine K. Baby’s die borstvoeding krijgen, hebben tot de leeftijd van 3 maanden vitamine K-druppels nodig (25 microgram per dag). Een tekort kan ook ontstaan bij volwassenen die langdurig antibiotica gebruiken. Antibiotica kunnen namelijk darmbacteriën vernietigen waardoor er onvoldoende vitamine K worden aangemaakt. Een vertraagde bloedstolling kan het gevolg zijn.

Mineralen en spoorelementen

Calcium

Calcium is nodig voor de opbouw en het onderhoud van de botten en het gebit. Verder speelt het een rol bij de bloedstolling en bij de zenuwprikkelgeleiding en spiercontractie en het transport van stoffen in de lichaamscellen (natrium, kalium en magnesium). Een calciumtekort leidt na verloop van tijd tot botontkalking. Het is bekend dat bij kinderen (vooral bij baby’s) die minder dan 125 mg calcium per dag gebruiken, verschijnselen van Engelse ziekte (rachitis) en spierkrampen kunnen optreden. Witte plekjes op de nagels zijn geen teken van een calciumgebrek, net zo min als het afbrokkelen van nagels. De inname van voldoende calcium wordt vaak genoemd in verband met de preventie van botontkalking (osteoporose) op latere leeftijd, vooral in combinatie met vitamine D. Calcium wordt gaandeweg minder goed opgenomen in het bloed. Daarbij komt dat de botten langzaam gaan ontkalken, waardoor oude mensen vaker iets breken. Hoe meer kalk er op jonge leeftijd in de botten is vastgelegd, hoe langer de botten stevig blijven. Daarnaast vertraagt voldoende lichaamsbeweging het ontkalken van de botten op latere leeftijd. Bij de aanbevelingen voor calcium is al rekening gehouden met deze effecten op botaanmaak, respectievelijk op het botverlies. Meer calcium is niet nodig en leidt niet tot gezondheidswinst. In Nederland worden veel zuivelproducten gegeten en gedronken. Hierdoor komen tekorten aan calcium zelden voor. Als helemaal geen zuivelproducten worden gegeten, is de kans op te weinig calcium groot.

Chloride

Chloride is samen met natrium en kalium van belang voor de elektrolytenbalans. Elektrolyten zijn stoffen die een rol spelen bij het transporteren van elektrische ladingen tussen cellen. Ze spelen een belangrijke rol bij het in standhouden van de vochtbalans en bij de spier- en zenuwfuncties. Het mineraal chloor wordt ook wel chloride genoemd. Chloor is in het lichaam gebonden aan de mineralen natrium en kalium, respectievelijk als natriumchloride (NaCI) en kaliumchloride (KCI). Dit zijn zouten. Ze zorgen voor de vochtbalans in het lichaam. Ook is chloor is onderdeel van het maagzuur. Het komt er voor als zoutzuur (HCl). Een tekort komt onder normale omstandigheden niet voor. Aangezien voeding vaak veel zout bevat, krijgt iedereen meer dan genoeg chloor binnen. Ook bij een zoutarm dieet is er geen risico van een tekort, omdat de nieren ervoor zorgen dat het lichaam niet te veel chloor verliest.

Fosfor

Fosfor is een mineraal dat in het lichaam en in voedsel in de vorm van fosfaat voorkomt. Samen met calcium geeft fosfaat stevigheid aan de botten en de tanden. Ook heeft fosfaat invloed op de energiestofwisseling en op allerlei enzymprocessen in het lichaam. Het lichaam heeft niet snel een tekort aan fosfor. Alleen overmatig gebruik van geneesmiddelen, waaronder maagzuurremmers, kan een tekort veroorzaken. Een tekort aan fosfor uit zich in pijn in spieren en botten en botontkalking, gebrek aan eetlust en het ontstaan van nierstenen.

Kalium

Kalium is belangrijk om de (normale ) bloeddruk te handhaven. Het speelt samen met natrium een rol bij de vochthuishouding en het doorgeven van prikkels in het zenuwstelsel. Het zorgt ervoor dat de spieren zich samentrekken en dat zenuwprikkels goed geleid worden. Daarnaast levert kalium een belangrijke bijdrage aan de regeling van de bloeddruk, samen met het mineraal natrium (uit keukenzout). Meestal is ons lichaam zelf in staat om te zorgen voor de juiste hoeveelheid kalium. De nieren houden de hoeveelheid kalium in het lichaam constant. Als het lichaam te weinig kalium heeft, scheiden de nieren zo min mogelijk kalium uit. Als er te veel kalium is, wordt dat voor ongeveer negentig procent uit geplast. De rest verlaat het lichaam via de ontlasting. De uitscheiding van kalium via de nieren wordt sterk beïnvloed door de hoeveelheid natrium in het lichaam. Als er veel kalium wordt uitgescheiden, vermindert de uitscheiding van natrium en andersom. Bij o.a. hevig braken en ernstige diarree en door het gebruik van bepaalde plastabletten kan een tekort aan kalium ontstaan. De verschijnselen zijn o.a. een verminderde eetlust, spierzwakte, misselijkheid, lusteloosheid en – alleen onder extreme omstandigheden – hartritmestoornissen.

Natrium

Het lichaam heeft natrium nodig voor het evenwicht in de vochthuishouding. In combinatie met het mineraal kalium is natrium belangrijk voor het doorgeven van prikkels door de zenuwen en het samentrekken van de spieren. Daarnaast levert natrium een belangrijke bijdrage aan de regeling van de bloeddruk, samen met het mineraal kalium. Natrium komt normaliter in bijna alle voedingsmiddelen voor, maar is ook een bestanddeel van keukenzout. Onder normale omstandigheden is de kans op een tekort aan natrium uiterst klein. Van natrium hebben we maar heel weinig nodig. De hoeveelheid natrium die normaliter in de voeding voorkomt is meer dan voldoende. Bij ernstige diarree kan een tekort aan natrium in het lichaam ontstaan en bestaat de kans op uitdroging. Extra drinken in combinatie met meer zout is dan nodig om het tekort aan te vullen. Bij ernstige diarree kan een speciale zoutoplossing (ORS = Oral Rehydration Salt) ervoor zorgen dat de hoeveelheid lichaamsvocht weer op peil komt.

Magnesium

Magnesium is nodig voor de botopbouw, speelt een rol bij de samentrekking van spieren, zoals de hartspier; en doet als hulpstof mee bij stofwisselingsprocessen en bij reguleringen in de cel. Ook is dit mineraal van belang bij de opbouw van lichaamseiwit en de overdracht van zenuwprikkels. Magnesium komt in diverse voedingsmiddelen voor en het lichaam gaat er efficiënt mee om. Een tekort leidt o.a. tot vermoeidheid; spierkrampen en in extreme gevallen hartcomplicaties. De symptomen zoals dorst, lusteloosheid of vermoeidheid zijn heel algemeen en daardoor moeilijk te herkennen.

Chroom

Chroom wordt ook wel ‘chromium’ genoemd. Chroom is een mineraal waarover nog vrij weinig bekend is. Het verbetert de insulinegevoeligheid en heeft daarmee invloed op de koolhydraatstofwisseling. Chroom wordt daarom wel de ‘glucosetolerantiefactor (GTF) genoemd. Voor zover bekend komen tekorten aan chroom in Nederland niet voor. In het algemeen wordt aangenomen dat een gevarieerde voeding voldoende chroom levert. Wel zijn er aanwijzingen dat supplementen met chroom een gunstig effect kunnen hebben op het bloedsuikergehalte en op de insulineafgifte. Dit effect is alleen gevonden voor patiënten met diabetes (type 2), maar niet bij gezonde personen.

Fluoride

Fluoride speelt een rol bij de botopbouw en preventie van tandbederf. De namen fluor en fluoride worden beide gebruikt. In pure vorm is fluor een gas dat giftig is. In de voeding is fluor echter altijd gebonden aan een andere stof, bijvoorbeeld natrium. Het is dan niet meer giftig en heet fluoride. Als fluoride wordt opgenomen door het tandglazuur, zijn de tanden beter bestand tegen tandbederf. Fluoride is ook belangrijk voor de stevigheid van de botten. Onze voeding bevat te weinig fluoride om een goede bescherming te geven tegen tandbederf. Daarom wordt extra fluoride aangeraden in de vorm van tabletten of tandpasta met fluoride.

IJzer

IJzer is onderdeel van hemoglobine (in rode bloedcellen). Het doet mee in tal van enzymreacties (cofactor) en speelt een belangrijke rol bij stofwisselingsprocessen in het bloed en de lichaamscellen. Hoe meer behoefte het lichaam heeft aan ijzer, hoe beter het ijzer opneemt. Bijvoorbeeld tijdens de groei, de menstruatie, bij zwangerschap en de periode van borstvoeding. Daardoor ontstaat niet zo snel een tekort of teveel aan ijzer. Uit studies in het buitenland blijkt dat een echt ijzertekort, met bloedarmoede als gevolg, bijna niet voorkomt in westerse landen. In veel ontwikkelingslanden zijn ijzertekorten daarentegen een belangrijk probleem: een kwart tot de helft van de pasgeboren baby’s heeft een ijzertekort als gevolg van ijzergebrek bij de moeder. Een ijzertekort kan bloedarmoede (anemie) veroorzaken. Een tekort is met name schadelijk voor kinderen. Zij hebben voldoende ijzer nodig om hun denkvermogen en spiercoördinatie te ontwikkelen. Deze effecten van een ijzertekort treden al op voordat er sprake is van bloedarmoede, en wordt daarom niet altijd tijdig herkend. Bij vrouwen die net zwanger zijn, kan een ijzertekort leiden tot een kortere zwangerschapsduur. Bij een beginnend ijzertekort zijn er doorgaans geen symptomen. Symptomen ontstaan vaak pas als er gedurende langere tijd minder ijzer actief is in het lichaam en de voorraad in de milt en de lever is geslonken. Symptomen die wijzen op een ijzertekort zijn vermoeidheid, een bleke huid, een verminderd uithoudings- en prestatievermogen, het snel koud hebben en zogenaamde rusteloze benen. Een laag hemoglobinegehalte alleen hoeft niet te betekenen dat het lichaam over te weinig ijzer beschikt. De ernstigste vorm van ijzertekort, bekend als ijzergebreksanemie, doet zich voor wanneer het beenmerg nog maar weinig ijzer bevat.

Jodium

Jodium is belangrijk voor de vorming van schildklierhormonen. Het is een bouwsteen van de schildklierhormonen in het lichaam. Deze hormonen zijn onmisbaar voor een goede groei, de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de stofwisseling. In de schildklier is een grote voorraad jodium aanwezig. Hierdoor wordt een tekort in de voeding pas na jaren merkbaar. Bij een tekort gaat de schildklier trager werken en zwelt hij op (struma of krop). Een jodiumtekort kan bij kinderen ook leiden tot een groeiachterstand, een verminderd leervermogen, en – in uitzonderlijke gevallen – tot dwerggroei (cretinisme). Om tekorten aan jodium te voorkomen wordt bijna al het keukenzout in Nederland gejodeerd. Ook de Nederlandse bakkers zijn overgegaan op het bakken met gejodeerd bakkerszout. Hierdoor is de jodiuminname verbeterd en komt struma veel minder voor dan vroeger.

Koper

Koper is nodig voor de vorming van bloed, bindweefsel en botweefsel. Als onderdeel van enzymen zorgt koper daarnaast voor de vorming van pigment van het haar, voor het goed functioneren van het afweersysteem en voor de bloedstolling. Verschijnselen van een tekort aan koper zijn in Nederland nauwelijks bekend. Een ernstig tekort leidt tot bloedarmoede, verminderde huidpigmentatie en botontkalking. Bij gebruik van zeer grote hoeveelheden ijzer, zink en vitamine C is het voor het lichaam moeilijker om het koper uit het voedsel op te nemen.

Mangaan

Het lichaam heeft mangaan nodig om diverse enzymen te activeren die nodig zijn voor de stofwisseling. In proefdieren zijn afwijkingen in de hersenen en het skelet vastgesteld.

Molybdeen

Molybdeen is een onmisbaar onderdeel van enzymen die betrokken zijn bij de stofwisseling van (zwavelhoudende) aminozuren en van pyrimidines (nucleïnezuur) in de voeding.

Seleen

Seleen is een mineraal dat ook wel selenium wordt genoemd. Seleen is vooral werkzaam in de lever en beschermt als antioxidant rode bloedlichaampjes en cellen tegen beschadiging. Verder maakt seleen eventuele zware metalen minder giftig. Seleen is ook van belang voor een geode werking van de schildklier, en beschermt het lichaam mogelijk tegen het ontstaan van long-, colon- en prostaatkanker. Een langdurig ernstig tekort aan seleen leidt tot hartstoringen (ziekte van Keshan), spierpijn en spierzwakte. Er zijn aanwijzingen dat jonge mannen, meisjes in de tienerleeftijd, jonge vrouwen en zwangere minder seleen via de voeding innemen dan wordt aanbevolen.

Zink

Zink is een onderdeel van vele enzymen in het lichaam. Op die manier is zink betrokken bij diverse lichaamsprocessen, zoals de opbouw van eiwitten, groei en vernieuwing van weefsel, de stofwisseling en het functioneren van het afweersysteem. Bij mensen met AMD of ouderdomsblindheid kan suppletie met 80 mg zink per dag maculadegeneratie vertragen. Een tekort aan zink uit zich in afwijkingen van huid, slijmvliezen en skelet, een veranderd reuk- en smaakvermogen, het achterblijven van geslachtelijke ontwikkeling en groei, een verminderde afweer tegen infecties en nachtblindheid.

 

Share…Share on Facebook0Share on Google+0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter0